JOURNALISTIEK # Achtergrond
Qat in Jemen Softdrug verlamt samenleving. Verschenen in Ontdek Arabia nr. 1, april - 2008

 

Qat in Jemen

door Matthijs Blonk

 

 

 

 

 


De eerste blaadjes gaan door de vingers, men wrijft voorzichtig het stof eraf en keurt de soepelheid van de takjes. Alleen al het aanraken lijkt een placebo-effect te hebben. De zwijgzame mannen beginnen te kletsen en er ontstaat een geanimeerde sfeer. De qat brengt hen tot elkaar, maar die vlaag van communicatie is slechts tijdelijk. Al snel verstommen de gesprekken.

Zeker driekwart van de Jemenieten is verslingerd aan het kauwen van qat, een roes verwekkend blad. Het effect is vergelijkbaar met dat van caffeïne. Qat is mateloos populair zowel onder mannen als vrouwen. Dat betekent geld, veel geld. Bovendien is het gemakkelijk te verbouwen. Leg een vers afgebroken tak van de struik onder een dun laagje aarde en deze loopt vanzelf op enkele plaatsen uit. Al na twee tot vier jaar kan van de nieuwe struik geoogst worden, terwijl die decennia produktief blijft. Bij matige regen is slechts één oogst per jaar mogelijk, maar met meer neerslag of irrigatie zijn drie oogsten haalbaar.

Qathandel in Sana'a

Er zijn aanwijzingen dat Jemenieten al meer dan vijfhonderd jaar qat gebruiken. De Arabische naam qat is in 1763 door de Zweedse botanicus Per Forsskål in het Latijn beschreven. Forsskål, die zijn expeditie in Jemen niet overleefde, maakte van qat catha en voegde er edulis aan toe omdat het wordt gegeten. De consumptie van catha edulis beperkt zich vooral tot Jemen, Ethiopië, Somalië en Kenia waar het miraa wordt genoemd.

De qatstruik gedijt het beste in vochtige berggebieden op een hoogte van 1500 tot 2000 meter. De werkzame stoffen, zoals cathin en vooral cathinone dat sterk verwant is aan amfetamine, komen alleen voor in de jonge verse scheuten die daarom zo snel mogelijk geconsumeerd dienen te worden. Twee dagen na de pluk verliezen ze hun handelswaarde. Dat is de reden dat tot in de jaren zeventig het gebruik beperkt bleef tot de berggebieden waar het groeide. Men transporteerde de takjes per ezel of kameel naar markten in de omtrek.

Door de aanleg van wegen en de invoer van auto’s kwam daar verandering in. Ook de import van dieselpompen om het grondwater naar boven te halen stimuleerde de verbouw van qat. De import van goedkope granen maakte het de boeren mogelijk om over te schakelen van het traditioneel verbouwde sorghum naar de qatteelt. Rond de plantages staan wachttorens waarin mannen met vuurwapens over het groene goud waken. Volgens het gewoonterecht mag je een buur die qat steelt gedurende drie dagen opsluiten en afranselen.

Het qatgebruik heeft obsessieve vormen aangenomen. Rond het middaguur wordt iedereen onrustig en begint de jacht op een bosje verse takjes. Op sommige wegen ontstaan heuse qatfiles. Langs de weg houden mannen dwingend zakken qat omhoog en alle auto’s stoppen om te onderhandelen. Qat beïnvloed het rijgedrag. In de loop van de middag neemt de onvoorspelbaarheid van de chauffeurs toe. Er wordt grillig gereden. Soms snel en agressief, soms extreem langzaam. Winkeliers, politieagenten, vrijwel iedereen kauwt ’s middags qat, ook tijdens het werk.

Winkelier neemt een blaadje qat

Op de bovenste verdieping van hun huis, in de mafraj, ontvangen de mannen hun vrienden voor een qatsessie. Eerst een uitgebreide warme lunch, want de buik moet gevuld zijn. Dan begint het kauwen. Hele trosjes blad gaan in de wang die steeds verder opbolt. Met een slok mineraalwater slikt men het sap door. Een sessie duurt zo’n drie á vier uur.

Gastheer Ibrahim nodigt me uit om mee te doen. Ik hou het anderhalf uur vol. Het is niet vies, een beetje bitter een tikje zoet ietwat groenesla achtig, maar echt lekker is het ook niet. Als je wilt stoppen spuug je de prop in het toilet. Mijn anderhalf uur wordt te matig bevonden, maar gevolgen heeft het wel degelijk. Koude rillingen, licht in het hoofd zenuwachtig praten en een verhoogde hartslag.

Qat is een softdrug, maar geheel onschadelijk is het niet. Het gebruik kan tot maag- en darmproblemen leiden en de kans op een depressie of psychose vergroten. Afgezien van het verlammende effect op de economie, omdat de bevolking ’s middags weinig meer presteert, kost de teelt veel water. Maar liefst 90 procent van het beschikbare water in Jemen gaat naar de landbouw. De helft daarvan wordt in de hooglanden gebruikt voor de qatteelt.

Ironisch genoeg heeft Nederland deccenia lang tientallen miljoenen ontwikkelingsgeld in watersystemen geïnvesteerd. Omdat het watergebrek steeds nijpender wordt gaat er tegenwoordig Nederlands geld naar een bewustwordingsprogramma. Op scholen wordt uitgelegd dat om het groene goud te kweken vloeibaar goud nodig is en dat is schaars. Nog even en water is meer waard dan qat.

© Tekst & foto's Matthijs Blonk / Ontdek Arabia / april - 2008

Gerelateerde onderwerpen:
> Vijftig jaar na de Middeleeuwen
> Meer Jemenfoto's

Top

> Terug naar Journalistiek