JOURNALISTIEK # Column
Per expresse Gastcolumn over smokkel per openbaar vervoer in Oost-Afrika
Verschenen in Afrika Nieuws Nummer 10 - 2005

Busstation in Arusha, Tanzania  

Al weken reisden we nu per openbaar vervoer naar allerlei uithoeken van Tanzania. Uren opgevouwen hossen en klutsen in overvolle gammele bussen. Kippen onder de bank, de radio op standje overstuurd en altijd wel een medepassagier half op schoot, of slapend tegen je schouder.

Nu restte ons nog een laatste traject: van Arusha in Tanzania, naar Nairobi in Kenia. We besloten onszelf te trakteren op het comfort van een “shuttle”, een snelle luxe bus die niet telkens stopt en soms zelfs een stewardess aan boord heeft om koffie te serveren.

De kaartjes waren zo geboekt en de bus haalde ons ’s ochtends op.

“Zoek maar een plekje”, zei de chauffeuse opgewekt en gebaarde uitnodigend naar de veertig lege zitplaatsen. We waren de enige passagiers en meer zouden het er ook niet worden. Het comfort viel wat tegen, maar een privébus voor ons drieën, dat maakte veel goed.

Bus opweg naar Dodoma
Bus van Dar es-Salaam naar Dodoma, Tanzania (6,5 uur)

In stevig tempo reden we door de savanne, waar giraffen aan de bomen peuzelden. Al na anderhalf uur kwam de grens in zicht. Driehonderd meter voor de douane viel ineens de motor stil. Pech. Geen probleem, grijnsde de chauffeuze en pakte haar mobiel, er zou direkt een monteur komen. Ach, we konden alvast wel naar de grens lopen en wachten in een theehuis. Laat de bagage maar in de bus.

Na een paar koppen thee en wat kletsen met bezoekers wisten we dat de bussen van deze maatschappij altijd met maar enkele passagiers reden. Dat kon niet rendabel zijn en het gerucht ging dat ze andere zaken deden. We vroegen ons af wat dat kon zijn. Wapenhandel? Diamantsmokkel? Op dat moment kwam onze bus langs en reed direkt door naar het niemandsland, met onze bagage...

Wat het een truc geweest? Hadden ze pech voorgewend en zaten de edelstenen nu in onze tassen verstopt?

De grensformaliteiten verliepen soepel. Aan de Keniaanse kant wilden we weer instappen, maar het probleem bleek nog niet verholpen. Er zat vuil in de tank, hij moest worden uitgespoeld (van wat?). Voor we het beseften was de bus verdwenen, met onze bagage...

Bushbus - Tanzania
Lekke band onderweg van Mbulu naar Arusha, Tanzania (7 uur)

Pas na vier uur zagen we hem terug. We begonnen een beetje chagrijnig te worden van het wachten en wilden de reis nu wel eens voortzetten. Maar het dashboard lag er nog af en een monteur knutselde aan het chassis. We eisten vervangend vervoer en dreigden zelfs met politie. “ Nee, nee, vooral geen politie!” Ze werkten ineens extra snel en beloofden ons ter compensatie, als een taxi, af te leveren op ons adres in Ngong, een voorstadje van Nairobi.

Eindelijk waren we weer onderweg. Onze bagage lag onaangeroerd in de rekken. Na enig aandringen wilde ze het wel verklappen. De handel was miraa (qat). Hier in Kenia legaal, maar in Tanzania verboden. Elke dag vervoerde de ‘miraa-expresse’ een lading van de geliefde blaadjes van Nairobi naar Arusha, met als dekmantel een paar onwetende blanke passagiers.

© Tekst & foto's Matthijs Blonk/Afrika Nieuws

Verkopers bij bus Al-Hadj - Tanzania - foto Matthijs Blonk
Verkopers bij stop in Mombo, Tanzania
'Al-Hadj' arriveert in Lushoto, Tanzania

Geen van de foto's op deze pagina betreft de bus uit het verhaal.

Terug naar Journalistiek Top